zondag 17 november 2013

Dag 4 onderweg van Bali naar Batam Dag 5 naar Semarang Dag 6 Semarang

Zaterdag, 16 november 2013. Dag 4 onderweg van Bali naar Batam.

In de vroege ochtenduren, stikdonker, de maan is al onder en de zon nog niet op. Het enige wat je ziet zijn tientallen felverlichte visserboten. Geen idee wat hun voor of achterkant is, welke kant hun netten liggen en welke afstand ik moet bewaren. Ik probeer zo ver mogelijk uit de buurt te blijven, maar op een gegeven moment moet ik er toch tussen door. Overal unidentified lichtjes. Heb er pijn in mijn buik van. Zig zag er tussen door, gelukt! Zoals alle andere dagen is er nog steeds geen wind. Bij het eerste zuchtje springt Roderick uit bed en sleept de Gennaker naar boven. Zo die staat, dit is ons grote licht weer zeil, laat de wind maar komen. Nou hij hangt mooi in de mast, al zeg ik het zelf, vult zich zelf met een beetje wind en met een vaartje van 0,8 kn per uur dobberen we. We zijn al lang blij, Een half uurtje later ontwikkelt zich een bui, de wind gaat tegengesteld blazen, dus de gennaker moet in de slurf geborgen, naar de andere boeg gezet worden en daar staat hij weer vol verwachting klaar. Geen wind, wel regen. We gaan ons lekker op het achterdek staan poedelen, beetje discreet, want we zijn omringd door vissertjes. Nog steeds geen wind, wel hangt er nu een kleddernatte grote vaatdoek aan de mast. Door het gewicht van het water hangt hij strak naar beneden. We gaan maar eens aan de koffie. Om ons heen spingen de bonito's als pin ballen heen en weer in en boven water. Het zijn er duizenden, als ik nu mijn hengeltje uit zou gooien....Maar Roderick zegt het al: Deze vind je zeker weer te dartel en te vrolijk om te vangen. Ja precies! De vissers hebben niet zulke gewetensbezwaren.
We dobberen door, volgens het computerprogramma hebben we met deze snelheid een verwachte aankomsttijd over 48 dagen, 7 uren, 5 minuten en 6 seconden. Vooral dat laatste is belangrijk...We kunnen nog langzamer, op een gegeven moment hebben we een ETA tijd van 98 dagen. De gennaker is nu weer droog, wij zijn doornat van het zweet, het is zo heet. Het is binnen 37 graden en dat voelt koel aan vergeleken buiten. Het enige wat de gennaker nu nog doet, is zich vast draaien rond de radar en als afwisseling aan de punten van de zaling gaan hangen om te kijken of hij zo kan scheuren. Het is een fliederdun zeil. We halen de hele handel maar weer weg. We halen nog maar eens een weersvoorspelling op. Daar word je niet vrolijk van, vanaf morgen 17.00 uur maken we kans op 5 kn. wind, dat is nog steeds bijna niets, maar dan ook nog pal tegen. Met zo'n lichte wind kun je er niet tegen op kruisen. We komen nu toch wel in een vervelende situatie. De volgende dagen is er bijna geen wind en continue tegen, dat samen met de stroming maakt dat we voorlopig moeten motoren. We hebben al meer dan de helft van onze dieselvoorraad gebruikt, we hebben nog steeds 8 dagen te gaan. Door het gezeur met de visa, worden al onze plannen doorkruist. Extra lang in Bali blijven was zeker geen straf, in tegendeel, we hebben het super gehad, maar nu zitten we zo tegen de vervaldata aan te hikken. We hadden nog een leuk plannetje als we inderdaad op tijd aan zouden komen in Batam om dan met de ferry een dagje naar Singapore te gaan. Balen dat dit niet door kan gaan. We gaan weer het plan doorrekenen, maar het ziet er naar uit dat we in alle opzichten te laat gaan komen, dan kunnen we boetes per dag gaan betalen aan dezelfde overheid, die ons hier zo lang vastgehouden heeft. In ieder geval is het nu niet haalbaar om naar Batam te zeilen. We zitten momenteel ten Noorden van het eiland Pulau Bawean, pos 05.31 S 112.53 E, na uitgebreid overleg besluiten we om gedeeltelijk terug te varen in ZuidWestelijke richting naar het eiland Java, we gaan naar de havenstad Semarang, zodat we in ieder geval de dieseltanks weer kunnen vullen. Waarschijnlijk gaan we vanuit die plaats dan uitklaren uit Indonesia. Nog even bedenken.
We krijgen weer een schoonheid van een zonsondergang op een spiegelgladde zee met overal weer jumpende Bonito's.

Zondag, 17 november 2013, Dag 5 nu van Bali naar Semarang, Java.

We motoren en motoren en motoren. Nog even volhouden aan het eind van de dag komt er wat wind. In de nacht zijn er weer stikveel vissers, de grote schepen, die liggen werkelijk overal, overdag zijn het vooral de vissers in de spinnenbootjes. Er zijn felverlichte plekken op zee, heel veel, het blijken oliebronnen te zijn. Als of overal langs de horizon de zon opkomt.Nog steeds geen wind. En daar is tíe dan de wind! Al om 12.00 uur 's middags en wat voor een wind. Een enorme bui regen met windstoten recht op de neus. Het water van de zee is gek geworden. Korte steile golven, vlak achter elkaar, tussen de ene golftop en de volgende zit nog niet eens 4 seconden. Het gaat toch te keer! Alle zeilen moeten direct gereefd en we moeten 30 graden van koers veranderen, want dit is niet te houden. Dikke zware golven slaan over het kajuitdak heen, het hoogste gedeelte van ons schip.Waait het eens, is het weer niet goed. Het gaat verschrikkelijk te keer en er komt geen einde aan, we zitten in het centrum van een dikke bui, die bijna 10 Nm beslaat. We komen er niet onder weg. Na 5 uur hebben we het ergste gehad. Helaas door de luchthappers is er zeewater naar binnen gekomen, ook al stonden ze dicht, er is zoveel water over ons heen geslagen. Natuurlijk lekt dat via een omweggetje precies in de kledingkast met mooie stadskleren, die ik al klaargemaakt had voor naar Nederland, en in het randje van de boeken boven ons bed, vandaar sijpelt het naar de plek waar de spullen liggen, die kwetsbaar zijn en absoluut droog moeten blijven. Alles waarop ik van de week zo op heb lopen zwoegen in de hitten, moet nu weer schoongespoel, gedroogd, uitgezocht, BALEN. Tot 20.00 uur krijgen we eens een buitje, de wind heeft zich weer teruggetrokken, de golven zijn vervelend, maar te doen, maar dan begint het feest weer opnieuw. Noodweer, noodweer, noodweer. Er komt geen einde aan, het schip gaat te keer als in een mallemolen, valt van de golftoppen af, krijgt een slinger naar links of rechts, we moeten de motor volle kracht aanhouden, we worden met een noodvaart naar de kust gezet. Met gereefde zeilen en de motor vol aan gaan we 1,9 knoop over de grond. Er komt geen einde aan. Het hele regenveld gaat met ons mee. We komen niet weg,ik voel me echt ellendig. Dit is zo slopend. De hele nacht blijft het door spoken.

Maandag, 18 november 2013, Dag 6 aankomst in Semarang, Java.

Wat een rotzooi drijft er weer in zee, tjeeminee, vuilnis, plastic, boomstammen, complete bomen en overal liggen visboten midden in het vaargedeelte met tussen hun schip en een soort afgewaaide tak hun net gespannen. We turen en turen om geen ongelukken te krijgen. Door het rotweer van vannacht komen we niet omm 10.00 uur in de haven, maar om 13.00 uur. Het is een grote industriehaven, mudvol, de portcaptain reageert niet op onze oproep, geen idee waar naar toe te gaan. In de haveningang staat het vol met visstokken, het lijkt het IJsselmeer wel. We leggen aan bij een bunkerboot, daar mogen we even blijven liggen, totdat Roderick zich bij de instanties gemeld heeft. Je stikt van de diesellucht. Bij het van onze boot afklimmen op de bunkerboot, schiet Roderick door zijn knie en belandt hij bijna in het water. Maar bijna is niet helemaal, dus we blijven lachen. Hij is nu al bijna 2 uur weg en het is hier HEET! Wordt vervolgd.

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

Geen opmerkingen:

Een reactie posten